Regisseur

In mijn ogen is ‘het theater’ een vertelplek waar een verhevigde werkelijkheid wordt opgeroepen: ons dagelijks bestaan samengebald tot een compact verhaal, ontdaan van ballast en versiering. Dat vraagt nogal wat van de spelers waarmee ik werk. Ze moeten gepassioneerd willen spelen en dat betekent hard werken. Verder moeten ze sociaal, nieuwsgierig, vitaal,  rauw, gevoelig, poëtisch, en brutaal durven zijn.

     

 

 

 

 

 

 

 



foto: Julius Visser

Ik houd van verhalen die toegangspoorten kunnen worden tot een andere werkelijkheid of een andere kijk daarop. ‘Mijn’ spelers stellen dan ook vragen over wezenlijke zaken: Waar zijn we naar op zoek? Wat te doen? Wat te veranderen? Met zíjn passie, betrokkenheid en magie verleidt de speler zijn publiek om in hun hoofd en hart de wereld te veranderen, al is het maar gedurende die ene voorstelling.

In de repetitieruimte trainen we daarom lijf en stem, en scherpen onze taal en beelden, ons instinct en gevoel. Samen gaan we op zoek naar waarachtigheid, moed, lef en geduld. Ik train de ‘toverkunsten en spreuken’ van de spelers en daag ze uit tot het weggooien van clichés en het omarmen van tegenstellingen. Ik vraag ze om zonder oordeel van het te spelen verhaal en personage, ook van de duistere kanten ervan, te houden. Anders wordt het niks!



foto: Cees Elzenga

Spelers dagen het publiek uit om hun verhaal mee te beleven door het te betoveren met hun vermogen tot suggestie. Daarvoor heeft niet alleen de speler maar ook het publiek talent nodig. En wij, spelers, moeten het publiek helpen om hún talent te ontwikkelen, namelijk onbevooroordeeld kijken, luisteren, meedenken en voelen, en zelf conclusies durven trekken.

Dat is een forse uitdaging, dat weet ik!

Stoel